Ken jij Don Tillman al uit het boek “Het Rosie Project” van Graeme Simsion*?
Don is autistisch, superintelligent en op zoek naar een vrouw. Maar door zijn sociale onhandigheid is hij nog nooit verder gekomen dan een eerste date. Don heeft twee goede vrienden, het echtpaar Gene en Claudia. Zij helpen Don met het zoeken van een vrouw. Zo heeft Claudia Don gekoppeld aan een vriendin van haar.

Het boek is geschreven vanuit het perspectief van Don en dit is hoe hij de date ervaart:
“We spraken af bij een Thais restaurant. Restaurants zijn een mijnenveld voor sociaal onbekwamen, dus ik was nerveus, zoals altijd in dergelijke situaties. Maar we gingen goed van start aangezien we allebei precies om 19.00 uur aankwamen, zoals afgesproken. Slechte afstemming is een enorme tijdsverspilling.
We overleefden de maaltijd zonder dat ze me bekritiseerde op eventuele sociale blunders. Het is lastig om een gesprek te voeren terwijl je je afvraagt of je wel naar het juiste lichaamsdeel van de ander kijkt. Ik richtte me maar op haar bebrilde ogen, op aanraden van Gene. Dit leidde tot enige onnauwkeurigheid in het eetproces, maar dat leek ze niet te merken.”
*

(Het verhaal gaat verder en ze komen aan bij het dessert. Maar het blijkt dat de date van Don geen Aziatische desserts wil maar ijs. Niet zomaar ijs maar heel specifiek abrikozen ijs. Ze gaan naar een ijssalon om een ijsje te halen. Daar is echter geen abrikozenijs dus wil ze niets.)

“Ik kon het niet geloven. Al het ijs smaakt in feite hetzelfde, omdat de kou de smaakpapillen verdooft. Dat geldt helemaal voor fruitsoorten. Ik stelde mango voor. ‘Nee, bedankt, ik hoef niet.’Ik legde haar vrij gedetailleerd uit hoe dat verdoven van de smaakpapillen precies werkt. Ik voorspelde dat ze het verschil niet zou kunnen proeven tussen een bolletje mango en een bolletje perzik. (…) Nu hadden we een objectief meningsverschil dat met een simpel experiment kon worden opgelost. Ik bestelde van beide smaken het kleinste ijsje. Maar tegen de tijd dat de persoon achter de toonbank ze had bereid en ik me omdraaide om haar te vragen hara ogen dicht te doen voor het experiment, was ze verdwenen. (…) Naderhand zei Claudia dat ik het experiment had moeten staken voordat mijn date was weggelopen. Dat begreep ik. Maar wanneer dan precies? Waar was het signaal? Dat soort subtiliteiten ontgaan mij.”*


Sociale situaties
In het leven heb je met heel veel sociale situaties te maken. Je hebt te maken met een veelvoud aan mensen en de interacties met deze verschillende mensen. In deze interactie met mensen moet je voldoen aan allerlei sociale regels. Je moet afstemmen op de situatie, op de persoon en weten welke regels en codes van toepassing zijn om niet terecht te komen in een situatie van onbegrip, of erger nog, in een conflict. Zo is Don zich heel bewust van zijn eigen sociale onbekwaamheid wanneer hij toegeeft dat restaurants “een mijnenveld zijn voor sociaal onbekwamen” en hij zich dus ook heel nerveus voelde.

Mensen met ASS hebben vaak problemen met het aanpassen van gedrag aan verschillende omstandigheden. Waardoor het lastiger voor hen is om relaties te ontwikkelen, onderhouden en begrijpen. Dit is niet iets wat bewust gebeurt. Dit heeft ook weer te maken met de informatieverwerking in de hersenen van de ASS. Het is voor de ASS een grote opgave om sociale vaardigheden aan te leren. Vandaar ook dat ze sociale situaties lastig vinden en vaak ook het liefst vermijden. Ga maar na: wanneer je brein het referentiekader voor een situatie niet (her)kent, kan het ontbreken van een op het oog simpele sociale vaardigheid of sociale interactie zorgen voor verwarring en een maalstroom van gedachten.

Zo ook bijvoorbeeld bij Dillan. Dillan begint het schooljaar in een nieuwe klas. Hij loopt de klas binnen en gaat direct naar zijn oude vertrouwde plekje. Op dat moment wordt hij direct aangesproken door zijn nieuwe leraar, die zegt dat hij graag wil dat Dillan hem eerste begroet en dat hij op een andere plek moet gaan zitten. De leraar legt zacht een hand op zijn schouder en begeleidt hem naar een andere plek. Dillan verstijft. De leraar probeert contact te maken met Dillan maar dat lukt niet.

De situatie is nieuw voor Dillan. In zijn vorige klas had hij een vast plek en was het niet verplicht om de leraar eerst te begroeten. In deze situatie zijn er drie nieuwe facetten: een nieuwe leraar, fysiek contact en een andere zitplek. Dillan weet nog niet goed wat er van hem verwacht wordt. Hij herkent de situatie niet en hij vind fysiek contact niet fijn. Zijn brein is alle nieuwe informatie aan het verwerken. Maar het is zoveel dat zijn brein het niet aankan. Hij verstijft letterlijk. Zijn brein geeft geen signalen meer door. Hij heeft puzzeltijd nodig.


Moeite met taal en lichaamstaal
Naast het niet altijd (her)kennen van de sociale referentiekaders blijkt dat mensen met ASS ook moeite hebben met het begrijpen van taal en lichaamstaal. Zo kan het dus zijn dat ze niet de betekenis van intonatie herkennen. Hierdoor kan het gebeuren dat hij het bijvoorbeeld niet door heeft wanneer iets als een grap bedoeld wordt en ergens dus heel serieus op ingaat.

In deel 4 van deze serie “Weet jij wat autisme is?” heb ik het er ook al kort over gehad: non-verbaal gedrag. Dit is ook een taal die niet goed ‘gesproken’ wordt door ASS. Emoties aflezen van een gezicht, het niet herkennen van non-verbaal gedrag zorgt vaak ook voor problemen. Samen met het niet goed begrijpen van emoties die mensen in hun woorden laten doorklinken, kunnen er helaas hele onhandige situaties ontstaan.


Andere facetten
Er is nog een ander facet waardoor het voor ASS lastig kan zijn om grip te krijgen op de sociale situatie. Dit facet heeft te maken met het stemgeluid onderscheiden van omgevingsgeluid, ruis.

Een voorbeeld: Manon zit in een vergadering met haar team. Ze probeert zich te concentreren op wat haar leidinggevende aan het vertellen is. Ondertussen hoort ze de beamer en de laptop zoomen en ze hoort buiten auto’s voorbij komen. In de verte hoort ze een telefoon gaan en begint iemand te praten. Op dat moment stelt de leidinggevende haar een vraag. Ze heeft het niet gehoord en voelt zich opgelaten nu iedereen haar aankijkt. Ze weet niet goed wat ze nu moet doen en zegt maar niets.

Degene zonder ASS lukt het over het algemeen om de ruisgeluiden te onderdrukken, zodat zij zich kan concentreren op wat er gevraagd wordt. Bij Manon komt alles echter even hard binnen en lukt het haar niet om de geluiden te filteren. Ze hoort daardoor de vraag van haar leidinggevende niet. En door de overprikkeling weet ze niet meer goed wat er van haar verwacht wordt in deze situatie. Ze slaat dicht. De leidinggevende is geïrriteerd omdat hij geen antwoordt krijgt en Manon weet niet hoe ze moet reageren. Een ongemakkelijke situatie.


Tips
Je onhandig voelen in sociale situaties vind niemand leuk, of je nou wel of geen ASS hebt. We hebben allemaal moeten leren hoe in bepaalde situaties te reageren.
Dat de persoon met ASS sociale informatie niet herkent, daar heb je geen invloed op, dat gebeurt onbewust. Waar wij eventueel wel invloed op hebben is de manier waarop wij de informatie aan ASS geven.

Sociale informatie bestaat uit meerdere lagen. Hoe meer lagen, hoe lastiger te herkennen. Feitelijke informatie bestaat maar uit één laag en is makkelijk te verwerken.
Ontdoe je gesprek dus zo veel mogelijk van onbruikbare en onnodige informatie en prikkels waardoor de communicatie feitelijker wordt:
• Zorg voor zo min mogelijk prikkels (ruis) uit de omgeving.
• Beperk je mimiek en lichaamstaal.
• Spreek op een neutrale toon.
• Stem spreektempo en wat je zegt af op het verwerkingstempo van degene met autisme.
• Spreek met een gelijkmatig volume, dat is voorspelbaar voor degene met autisme.
• Haal overbodige informatie weg: abstract taalgebruik, social talk en overbodige woorden. Maak het zo concreet mogelijk.
• Zorg dat de inhoud kort, concreet en duidelijk is.

Dus in plaats van te zeggen: Heb je straks ergens wellicht wat tijd voor mij? Zeg je: Heb je om 4 uur 10 minuten de tijd voor mij om het laatste rapport te bespreken.

Deze manier van communiceren kan soms bot of kort door de bocht lijken, het levert wel een positief contact met degene met autisme op. En die persoon weet wat er verwacht wordt dus zal er geen ongemakkelijk sociale situatie ontstaan.

Het gaat om begrip en erkenning.


Volgende keer
In de volgende aflevering van “Weet jij wat autisme is” zal ik ingaan op Stress en Autisme.
Heb je de vorige afleveringen gemist? Geen probleem je kunt de artikelen terugvinden hier op mijn website.


---


Bronnen:
Autismespectrum stoornissen bij volwassenen, Annelies Spek, vijfde druk, 2018, Hogrefe Uitgevers Amsterdam
Dit is autisme, Colette de Bruin, tweede druk, 2018, Graviant Educatieve Uitgaven, Doetinchem
*bron - Het Rosie Project - Grame Simsion, vijfenveertigste druk 2019, Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam, eerste deel van een trilogie, hoofdstuk 1 pagina’s 12, 13 en 14





Met warme groet,

Astrid















_____________________

> Eerdere blogs


[foto: restaurant-Free-Photo, van Pixabay]
Weet jij wat autisme is? - deel 5: Sociale situaties